Het sterfhuis aan de Große Wasserstraße werd in de Tweede Oorlog vernield. Er staat nu een modern hotel. Op de muur daarvan is een herinneringsplaquette aangebracht van de hand van de Rostocker beeldhouwer Thomas Jastram.

De urn die tweemaal verdween

In Rostock aan de noordkust van Duitsland blies Hugo de Groot in 1645 de laatste adem uit na een rampzalig verlopen oversteek van de Oostzee: het schip was in een storm vernield en stuurloos aangespoeld op de kust van Polen. Tijdens de reis over land naar Lübeck werd Hugo zwaar ziek. Hij overleed in een pension in Rostock.

Zijn lichaam werd gebalsemd en naar Delft vervoerd voor de begrafenis. De ingewanden, die voor de balseming waren uitgenomen, werden in een koperen urn bijgezet in de grafkapel van de Lutherse Marienkirche van Rostock, tevens kerk van de universiteit. Maar sommige predikanten vonden dat de urn daar niet thuishoorde vanwege de onrechtzinnige remonstrantse opvattingen van De Groot, en lieten haar verwijderen. Een grote groep theologiestudenten van Rostock was verontwaardigd over die grafschennis en bracht de urn in een demonstratieve optocht terug naar de Marienkirche om haar onder een steen met de initialen HG te begraven. Zij bezwoeren dat zij zich collectief zouden laten uitschrijven van de universiteit en elders zouden gaan studeren als nog iemand het zou wagen de urn te verwijderen.

Wie heden ten dage de grafsteen met de urn wil bezoeken komt niettemin bedrogen uit. De grafkapel achter het koor is in de 18e eeuw geruimd en het is niet bekend wat er nadien met de urn en de steen is gebeurd.

De Marienkirche, vanaf het sterfhuis schuin aan de overkant van de Neuer Markt.

Links boven de Marienkirche (gemarkeerd als de daar aanwezige astronomische klok van Rostock). Op de hoek van de Große Wasserstraße en de Steinstraße bevindt zich het hotel met de plaquette.